Bor Marzoe Beagle kennel

 
 

De Beagle

 

 

De Beagle is een ideale huishond. Het gezin is zijn roedel en hij is erg lief voor kinderen. De Beagle is klein en handzaam, zachtmoedige, evenwichtig qua karakter en een vrolijke en ondeugende rakker.
Thuis ontpopt hij zich als een heerlijke 'vrijkous' lief voor iedereen, maar buiten toont hij zich 'jachthond' en raakt in zijn element als hij tijdens een wandeling vol overgave snuffelend een 'spoor' volgt. Omdat hij vanouds als meutehond erop gefokt is het te schieten wild zonder hulp van de mens binnen te halen, bezit de Beagle een grote mate van zelfstandigheid, wat wij ervaren als een behoorlijke portie eigenwijsheid. Hij moet dus zeer consequent opgevoed worden.Door deze karaktertrekken is de Beagle een moeilijk op te voeden hond en is het aan te bevelen een gehoorzaamheidstraining met de Beagle te volgen zodat zijn baas kan leren op een juiste manier met zijn hond om te gaan. Ook heeft de Beagle graag veel aandacht en vraagt dit dan ook van zijn baas. Door zijn vrolijke karakter is hij altijd in voor een spelletje. Een bak gevuld met touwknopen, spijkerbroekpijpen, doeken, tennisballen en toiletrolletjes zijn vaak zijn favoriete speelgoed.

 
De standaard is een beschrijving hoe het ras "de Beagle" er uit moet zien.

De standaard is internationaal vastgesteld door de Federation Cynologique Internationale. (F.C.I.).

De standaard is een omschrijving van het ras, maar biedt tevens enige speelruimte, zodat niet alle Beagles precies hetzelfde behoeven te zijn.

De in onderstaande aangegeven nummers komen overeen met de nummer in het plaatje.

 

Typische kenmerken
Een vrolijke Brak wiens wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen, wiens spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en van gelijkmatig temperament.

Algeheel beeld
Een forse en compact gebouwde Brak, die de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid.

Temperament
Lief en oplettend, zonder agressie of angst.

Hoofd en schedel
Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar niet grof, iets fijner bij een teef, zonder frons en rimpels. Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe achterhoofdsknobbel (1). Stop goed (2) afgetekend, deze verdeelt de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk. Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel breed, het liefst zwart, maar iets minder pigmentatie bij lichter gekleurde honden is toegestaan. Wijde neusgaten.

Ogen
Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot, niet diepliggend, niet uitpuilend, goed uit elkaar geplaatst, met een zachte aantrekkelijke uitdrukking.

Oren
Lang met afgeronde punten: naar voren getrokken bijna tot de neuspunt reikend. Laag aangezet, fijn van structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen.

Mond
De kaken moeten sterk zijn, met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit; de boventanden moeten sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken staan.

Hals
Voldoende lang om de Brak in staat te stellen zijn hoofd gemakkelijk naar de grond te brengen om het spoor te volgen, licht gebogen met weinig keelhuid.

Voorhand
Schouder (4) goed naar achter hellend, niet beladen. Voorbenen recht en goed onder de hond geplaatst, met goede substantie, en rond van bot. Niet versmallend naar de voet. Middenvoeten (5) kort. Stevige ellebogen (6), noch naar binnen, noch naar buiten draaiend. Hoogte van grond tot ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte.

Lichaam
Bovenlijn recht en horizontaal. Borst (7) daalt tot onder de elleboog. Ribben goed gerond en ver naar achter doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige, soepele lendenen (8), de buik niet te veel opgetrokken.

Achterhand
Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen. Sterke, laag geplaatste hakken (9) en evenwijdig aan elkaar ge- plaatste middenvoeten.

Voeten
Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en sterke zoolballen. Geen hazenvoeten. Nagels kort.
Staart: Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en vrolijk gedragen (10) maar niet over de rug gekruld of vanaf de staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt, vooral aan de onderzijde.

Gang
Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende en recht naar voren gerichte pas, zonder hoge knie actie. Achterbenen tonen stuw- kracht. De voorbenen mogen niet maaien of kruisen.

Vacht
Kort, dicht en bestand tegen het weer.

Kleur
Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de leverkleur. Staartpunt wit.
Gewicht en maat: De schofthoogte mag niet meer dan 16 inches (40,5 cm) of minder dan 13 inches (33 cm.) zijn.

Opmerking
Mannelijke dieren moeten twee normaal ontwikkelde testikels bezitten die volledig in het scrotum moeten zijn ingedaald.
 

 

 

Indien u interesse heeft in een Beagle pup kunt u contact met ons opnemen.

 

             
Home De Beagle Onze Beagles Puppies Fotoboek Links Contact
             

© Websites-Design.nl